
Jop (3) toont enorme veerkracht na zijn amputatie
Jop (3) onderging in 2020 een amputatie aan zijn linker onderbeen, als gevolg van een streptokokkenbacterie en meerde complicaties. Na een heftige eerste confrontatie met de stomp, volgde al snel acceptatie, vertellen zijn ouders. Kort daarna zet hij zijn eerste stapjes met prothese. En amper een jaar later speelt, ravot en ontwikkelt hij zich als ieder ander kind.
“De beslissing van de specialist om over te gaan tot amputatie, kwam voor ons niet onverwacht”, vertellen Bertil en Marloes. “We zagen hoe het been hem in de weg zat. De operatie duurde langer dan we dachten en was zwaar. Door het vele stugge bindweefsel in zijn beentje was de amputatie zelf niet eenvoudig. Hij verloor ook veel bloed. De specialist praatte ons na de operatie bij en was heel duidelijk: amputatie was de enige juiste keuze. Jop knapte moeilijk op, hij bleef lang suf. Daarom kreeg hij een bloedtransfusie waarna hij zich snel beter voelde.”
Pijnstilling: van ruggenprik naar paracetamol
Tijdens de operatie kreeg Jop een ruggenprik. Tegen de pijn en om de kans op fantoompijn na de operatie te minimaliseren. Zijn ruggenprik maakt hij twee dagen na de operatie zelf onklaar waardoor het eruit moest. De dienstdoend anesthesist wil starten met morfine tegen de pijn. Wij vragen hem om het eerst even aan te kijken omdat hij de vorige keer erg slecht reageerde op morfine. Wij hebben het gevoel dat de pijn controleerbaar is met paracetamol. Dat blijkt ook zo te zijn.”
Typisch Jop
Marloes: “Op de derde dag na de operatie wil hij met de rollator de gang op en wel meteen. Wij zijn bang dat hij valt, maar hij hinkelt gewoon over de afdeling. De artsen staan versteld dat ze hem van de gang moeten plukken. Dat is typisch Jop.”
Heftige eerste confrontatie
Jop’s eerste confrontatie met zijn lijf staat zijn ouders nog helder voor de geest. “Na de operatie was alles nog dik ingepakt en waren de gevolgen nog niet zo duidelijk. Maar op dag drie haalden de artsen het verband eraf om Jop te laten zien wat er precies was gebeurd. Toen hij de stomp voor het eerst zag, begon hij ontzettend te gillen en te huilen. We hadden enorm met hem te doen natuurlijk en hebben hem uitgebreid getroost. Daarna was het vrij snel klaar. Hij kon de situatie snel accepteren. Fantoompijn heeft hij volgens ons ook niet of nauwelijks gehad.”
Diezelfde dag besluiten de artsen ook dat er niks meer is wat hem nog in het ziekenhuis houdt. Hij mag naar huis. Eenmaal thuis vertelt Jop een aantal keren dat hij wel een domme dokter heeft, die zomaar zijn been eraf heeft gehaald.
Prothese met autootjes
Jop moest na de operatie zes weken lang drie keer per dag gezwachteld worden. Op die manier kon het vocht uit zijn stomp. Daarna werd er een mal gemaakt voor zijn prothese. Bertil: “Jop mocht zelf kiezen wat hij op zijn koker wilde, hij koos er eentje met autootjes erop. Een week later was zijn prothese klaar. Jop hield ‘m als een trofee omhoog.”
Snel de draad weer oppakken
Het gezin, Jop heeft ook een broer Stef van toen 4 jaar, volgt tijdens de revalidatie het tempo van Jop. “Hij geeft aan wat kan”, vertelt Marloes. “Na een dag gingen we alweer even naar de stad. Na een week ging hij zelf de trap op en belastte hij zijn stomp met zijn volle gewicht. Als we er nu op terugkijken, denken we: dat ging allemaal wel heel snel. Maar op het moment voelde het goed, we hadden vertrouwen in hem en gaven hem de ruimte.”
Speels revalideren
Jop gaat voor revalidatie twee tot drie keer per week naar het revalidatiecentrum in Haren. “Hij komt onder behandeling van kinderfysiotherapeuten en dat is een goede match. Hoewel zij geen ervaring hebben met amputatie op deze jonge leeftijd, helpen ze Jop erg goed. Zo leert Jop spelenderwijs om bijvoorbeeld zijn balans te vinden.” Zodra de prothese is aangemeten en klaar is, oefenen ze daar samen mee tijdens de fysiotherapie. Ook dat gaat heel voorspoedig. Bertil: “Binnen drie weken na het krijgen van zijn prothese zette hij voor de tweede keer zijn eerste stapjes. Soms vroeg hij nog of zijn been even af mocht. Nu wil hij niet meer zonder. ’s Ochtends als hij wakker wordt, vraagt hij direct of zijn been aan mag. Hij kan het ook zelf aan krijgen. Als hij bij oma logeert, legt hij haar uit hoe het been aan moet. Het verbaasde ons hoe snel hij aan zijn prothese gewend was. We denken dat die veerkracht kenmerkend is voor kinderen. In ieder geval voor Jop.”
Jop is Jop
Inmiddels is het een jaar later. En is Jop gewoon Jop. “Hij doet met alles volop mee, draait gewoon mee in ons gezin en beperkt de prothese ons in weinig dingen. Alleen langere afstanden lopen is voor hem nog wel vermoeiend.”, vertellen zijn ouders. “We hebben nog steeds dezelfde prothese als ik het begin. Wel is Jop natuurlijk gegroeid, dan zetten ze er een stukje tussen. Ook wil het touwtje waarmee we het been buigen wel eens afbreken. Dat wordt dan gerepareerd. Om hem watervrij te maken en als oefening zwemt hij een keer per week bij het revalidatiecentrum en dat is fijn. Zelf fietsen lukt nog niet. We proberen met hulpmiddelen of dat binnenkort wel mogelijk is. Momenteel heeft hij heeft een loopfiets waar hij ook mee uit de voeten kan en lange stukken zit hij nog in de kinderwagen. Van hieruit kijken we wel hoe het gaat. Op termijn komt er een prothese met kniegewricht. Het is even afwegen wanneer dat het juiste moment is. Hij moet dan weer op een heel andere manier leren lopen. Op dit moment zijn we positief over zijn ontwikkeling en hoe goed hij in zijn vel zit. Boven alles zijn we dankbaar dat hij er nog is.”
